DeHangar.art

testsite voor de kunsten

HOC OPUS HIC

2 JULI- 29 AUGUSTUS 2021

DeHangar.art is partner van Sonsbeek 20_24 internationale hedendaagse kunstmanifestatie in Arnhem. Thema FORCE TIMES DISTANCE ON LABOUR AND ITS SONIC ECOLOGIES.
Voor DeHangar heeft kunstenaar Sunette L. Viljoen (1985, Zuid-Afrika) een site-specifieke interventie gemaakt.

HOC OPUS HIC

Het kader voor deze locatie specifieke sculpturale installatie in de voormalige vliegtuighangar aan de Buitenplaats Koningsweg, aan de rand van Arnhem, overlapt twee contexten: de Tweede Wereldoorlog geschiedenis van de hangar en de culturele implicaties van de langlopende internationale kunsttentoonstelling met paviljoens in Park Sonsbeek.

De hangar bevindt zich in een militair complex dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters werd gebouwd. Bij de bouw van de hangar werden plaatselijke bouwmethoden gebruikt om de gebouwen te camoufleren zodat het vanuit de lucht leek alsof het om landbouwnederzettingen ging. Na de oorlog werd de hangar nog tientallen jaren als schuur gebruikt. Het is nu een leeg, historisch betekenisvol, vervallen rijksmonument. De eerste iteratie vond plaats kort na de oorlog en evolueerde naar de huidige iteratie die het park verliet en zijn bereik uitbreidde. De geschiedenis van de beeldententoonstelling is verweven met de geschiedenis van de paviljoens en heeft een rol gespeeld in de positionering van deze tijdelijke bouwsels binnen het domein van de hedendaagse kunst. Als complexe en brede typologie met een rijk utilitair en symbolisch verleden zijn paviljoens nog steeds het vaakst aanwezig als architecturale spektakels in het landschap, geplaatst om in het oog te springen. De hangar is juist het tegenovergestelde, bedoeld om op te gaan in zijn omgeving.

HOC OPUS HIC behandelt de hangar zelf als een paviljoen, waarin de ‘Sonderbau’ wordt tentoongesteld die is ontworpen om niet op te vallen. Het werk compliceert de ontmoeting met een onwillig monument, door het open te maken en het te vullen met de enige functie die het nu nog lijkt te kunnen hebben: bekeken worden. De toegang tot het terrein is veranderd; een kaarsrecht pad leidt naar het gebouw via een heropende achteringang. Binnen is de bewegingsvrijheid beperkt en oneffen vloeroppervlakken bootsen de visgraatgeplaveide landingsbaan na, waardoor het typische wegdek al een echo wordt. Historische bakstenen, in bruikleen van de plaatselijke gemeente, die normaal voor de veiligheid zijn begraven, opgeslagen voor restauratie en herstel van monumenten, zijn in de ruimte gestapeld. In dit stenen landschap tonen ze hun blanco historiciteit, als iets dat ontmanteld is, eruit gehaald is of klaar is om in een andere context te worden geplaatst.

Het pad loopt verder door een donker, authentiek interieur naar de geplaveide vlakte bij de oorspronkelijke ingang. Een groot beeld – als een gemeentebord dat de bouw aankondigt – aan de andere kant markeert een stop en trekt de toeschouwer uit het gebouw. Het beeld is geen verduidelijking, maar wijst in plaats daarvan op datgene wat inheems is aan de ruimte, in een uitvergrote en onnatuurlijke vorm. Op deze vreemde plaats herhalen zich tegenstellingen: de gewaardeerde imitatie, het getoonde en het verborgene, toegang en beperking, het artificiële en het natuurlijke, het oorspronkelijke en zijn echo. Vergilius’ ‘HOC OPUS HIC LABOR EST’ betekent ‘dit is de taak, dit is het zware werk’, of, ‘hierin ligt de taak en de machtige arbeid’. HOC OPUS HIC stopt halverwege deze uitspraak, alle zekerheid en overtuiging in een houdgreep.

Sunette L. Viljoen (1985, Mbombela, Zuid-Afrika) is een beeldend kunstenaar die woont en werkt in Berlijn. Haar sculpturale installaties omvatten vaak schilderkunst, fotografie, drukwerk en objecten. Haar werk is vaak locatiespecifiek en houdt rekening met architectonische en historische omstandigheden, maar ook met de manier waarop men de ruimte tegemoet treedt en met de grotere context die bepaalt wat men ziet. Door zich aan te passen aan een bepaalde situatie of context, of dat nu een historische locatie, een institutioneel kader of een archief is, zoekt haar werk naar een manier om de omstandigheden die een plek compliceren te modelleren. Kleinere onderdelen worden samengevoegd tot een groter werk; het is de manier waarop deze onderdelen in elkaar zitten die van belang is. De onderdelen manifesteren vaak een proces van maken en worden, haar praktijk volgt een methodologie waarbij intuïtieve beslissingen systematisch worden herwerkt. Met elementen die lijken te kortsluiten tussen vervagen en verduisteren, afstand en nabijheid, tactiliteit, tastbaarheid en helderheid, is het een benadering die zijdelings visie, architectonische ruimte en sociale context met elkaar verbindt. Viljoen behaalde in 2012 haar MFA aan de Michaelis School of Fine Art van de Universiteit van Kaapstad in Zuid-Afrika. Ze was deelnemer aan de Jan van Eyck Academie, Maastricht in 2014 en is momenteel een fellow aan Akademie Schloss Solitude, Stuttgart.

HOC OPUS HIC

The framework for this site-specific sculptural installation in the former aeroplane hangar at Buitenplaats Koningsweg, on the outskirts of Arnhem, overlaps two contexts: the Second World War history of the hangar and the cultural implications of the long-running international art exhibition with pavilions in Park Sonsbeek.

The hangar is set within a military compound built by German occupiers during the Second World War, constructed using vernacular building methods to camouflage the buildings so that from air they would appear to be agricultural settlements. For decades after the war, the hangar was used as a barn. It is now an empty, historically significant, dilapidated rijksmonument. With the first iteration taking place shortly after the war, it evolved into its current iteration that wandered away from the park and extended its reach. The history of the sculpture exhibition is intertwined with the history of pavilions, having played its part in positioning these temporary structures within the realm of contemporary art. A complex and broad typology with a rich utilitarian and symbolic past, pavilions are still most often present as architectural spectacles in the landscape, placed there to catch the eye. By design, the hangar is the opposite, meant to blend into its surroundings.

HOC OPUS HIC treats the hangar itself as a pavilion, displaying the ‘Sonderbau’ designed to avoid attracting attention. The work complicates the encounter with a reluctant monument, opening it up and filling it with the only function it seems able to have now: to be looked at. Site access is altered; a dead straight path leads to the building through a reopened back entrance. Inside, movement is limited and uneven floor surfaces mimic the herringbone paved runway, repeating the typical road surface already an echo. Historical bricks on loan from the local municipality that are normally buried for safekeeping, stored for monument restoration and repair, are stacked in the space. In this stone landscape they display their blank historicity, as something dismantled, extracted or ready to be inserted into another context.

The pathway continues through a dark vernacular interior towards the paved expanse at the original entrance. A large image – like a municipal sign announcing construction – on the other side marks a stop and draws the viewer out of the building. The image is not a clarification, but instead points to that which is indigenous to the space, in an enlarged and unnatural form. In this strange place contradictions repeat: the valued imitation, the displayed and the hidden, access and restriction, the artificial and natural, the original and its echo. Virgil’s ‘HOC OPUS HIC LABOR EST’ means ‘this is the task, this is the hard work’, or, ‘in this the task and mighty labour lies’. HOC OPUS HIC stops midway through this statement, all the certainty and conviction in a holding pattern.

Sunette L. Viljoen (1985, Mbombela) is a visual artist living and working in Berlin. Her sculptural installations often include painting, photography, printed matter and objects. Frequently site-specific, the work takes into account architectural and historical contingencies, as well as an awareness of how one encounters space and the larger context that informs what one sees. By adapting to a given situation or context, whether it is a historical site, institutional framework or an archive, her work searches for a way to model the conditions that complicate a place. Smaller components are put together to make up a larger work, and it is how these parts sit together that is of interest. The parts often manifest a process of making and becoming, her practice follows a methodology where intuitive decisions are systematically reworked. With elements that seem to short-circuit between blurring and obscuring, distance and proximity, tactility, tangibility and clarity, it is an approach that laterally links vision, architectural space and social context. Viljoen earned her MFA from the University of Cape Town’s Michaelis School of Fine Art in South Africa in 2012. She was a participant at the Jan van Eyck Academie, Maastricht in 2014 and is currently a fellow at Akademie Schloss Solitude, Stuttgart.

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2021 DeHangar.art

Thema door Anders Norén